Prinsjesdag 2020

15 september 2020

Wat zijn de effecten van Prinsjesdag 2020 op jouw portemonnee? Een aantal maatregelen was al uitgelekt, maar na de presentatie van de Miljoenennota op dinsdag 15 september weten we meer. Een overzicht van de belangrijkste plannen.

Eigen woning

Het kabinet wil de toegang voor starters tot de woningmarkt verbeteren. Vanaf 2021 betalen huizenkopers van 18 tot 35 jaar die voor het eerst een woning kopen geen overdrachtsbelasting meer. Dat scheelt ze 2% over de waarde van de woning en betekent dat ze minder eigen geld hoeven mee te brengen. Beleggers (die een huis kopen om niet zelf in te gaan wonen) gaan juist meer overdrachtsbelasting betalen: voor hen geldt een tarief van 8%.
Het maximale tarief waar de hypotheekrente tegen mag worden afgetrokken daalt zoals al eerder bekend werd gemaakt, van 46% naar 43%. Het eigenwoningforfait daalt in 2021 naar 0,5%.

Lagere vermogensbelasting

Spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) betalen vanaf 2021 geen belasting meer over dat vermogen. Ter vergelijking: het vrijgesteld vermogen in 2020 is € 30.846, dus dat is een aardige verhoging van de vrijstelling. Het tarief van de belasting gaat wel iets omhoog van 30% naar 31%. Het aantal kleine spaarders en beleggers dat box 3-belasting betaalt daalt hierdoor volgens het kabinet met bijna 1 miljoen mensen

Werken loont

Doordat de arbeidskorting wordt verhoogd, gaat werken komend jaar meer lonen. Zowel werknemers als zelfstandigen profiteren hiervan. Ook de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd. Bovendien daalt in 2021 het basistarief in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Dit tarief geldt voor inkomens tot € 68.507. Het kabinet verlaagt dit tarief tussen 2022 en 2024 verder, tot uiteindelijk 37,03%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd met € 55.

Zelfstandigenaftrek

Het was al bekend: de zelfstandigenaftrek, de belangrijkste aftrekpost voor zzp’ers, wordt verder verlaagd. Het kabinet bouwt de zelfstandigenaftrek sneller en sterker af, bovenop de stappen die vorig jaar al zijn ingezet. Vanaf volgend jaar wordt de aftrek jaarlijks verlaagd; totdat deze in 2036 uitkomt op € 3.240. Dit was oorspronkelijk € 5.000 in 2028. Hiermee wil het kabinet de verschillen in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen verminderen. Het eerste stapje is relatief klein: van € 7030 in 2020 naar € 6670 in 2021. Doordat ook zelfstandigen profiteren van de verhoging van de arbeidskorting en de wijziging van de inkomstenbelasting, valt het negatieve effect onderaan de streep mee.

Ouders met kinderen

De maximale Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK) voor werkende ouders met kinderen onder de 12 jaar wordt in 2021 met € 113 per jaar verlaagd, omdat het aantal IACK-gerechtigden is toegenomen. Dat komt doordat er ruimer met co-ouders wordt omgesprongen.
Er wordt verder meer geld uitgetrokken voor het kindgebonden budget. Vanaf het derde kind gaat het bedrag omhoog.

Huren

Huurders die een huur betalen die te hoog is voor hun inkomen kunnen vanaf 2021 één keer huurverlaging aanvragen. Het gaat om huurders die weinig verdienen, maar een hoge huur betalen. Gemiddeld zijn zij straks maandelijks € 40 minder kwijt.

AOW

De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot 67 jaar in 2024.

Zorg

De zorgpremie stijgt naar verwachting met iets meer dan € 60 per jaar, dat is zo’n € 5 per maand. Het eigen risico blijft gelijk en zal net als dit jaar € 385 zijn. Ook de zorgtoeslag stijgt. Pas in november maken de zorgaanbieders hun premies bekend. 

geschreven door

Monica van Meel

monica@den-hartog.nl